Wanneer?
Leg het begin en einde van een statusverandering vast.
STILSTAND METEN
Machine stilstand meten en registreren maakt zichtbaar wanneer, hoe lang en hoe vaak jouw machines stoppen. Een storing van twintig minuten valt op; tien stops van twee minuten veel minder. Robotiks onderzoekt welke signalen bruikbaar zijn om beide vast te leggen, ook bij oudere machines.
01 / STOPS ZICHTBAAR MAKEN
Een machine kan minuten verliezen door veel korte onderbrekingen, of door een enkele lange storing. Als je alleen op gevoel of handmatige notities afgaat, blijven patronen makkelijk verborgen.
Leg het begin en einde van een statusverandering vast.
Vergelijk duur en frequentie over diensten, dagen of machines.
Koppel registraties waar passend aan storingssignalen of aanvullende invoer.
Automatische statusregistratie laat zien dát een machine stilstaat. Voor betrouwbare oorzaakclassificatie kunnen aanvullende signalen of invoer door operators nodig zijn.
02 / OOK BIJ BESTAANDE MACHINES
Robotiks onderzoekt welke PLC-, I/O- of sensorsignalen bruikbaar zijn om draaien en stilstand af te leiden. Daarna kunnen gebeurtenissen worden opgeslagen en overzichtelijk getoond, bijvoorbeeld naast draaiuren en productieaantallen.
Lees verder over machine monitoring, bestaande machines digitaliseren en OEE meten. Wil je het probleem op één machine bekijken? Bespreek je situatie met Robotiks.
Stilstand meten begint bij de definitie van draaien. Een stilstandsignaal kan betekenen dat een machine niet beweegt, maar ook dat zij wacht op materiaal of volgens planning pauzeert. Leg vast welke toestand je bron registreert. Maak daarnaast onderscheid tussen geplande onderbrekingen en onverwachte stops als je productieproblemen wilt vergelijken.
Kies een passende meetresolutie. Als je korte onderbrekingen wilt onderzoeken, moet de registratie die overgangen kunnen vastleggen. Bespreek daarom de kortste relevante stop en de beschikbare signalen. Bepaal ook hoe je stoptijden over een dienstgrens verdeelt en hoe een ontbrekend signaal herkenbaar blijft. Geen gegevens is niet automatisch dezelfde toestand als stilstand.
Ja, wanneer de gekozen meetmethode beide betrouwbaar registreert. Begin met het tijdstip van stoppen en opnieuw draaien. Bekijk daarna duur, frequentie en totaal verloren tijd per periode. Spreek een grens af voor korte en lange stops, zodat vergelijkingen tussen dagen dezelfde betekenis houden.
Een statusovergang vertelt wanneer een machine stopt. Voor de oorzaak zijn bijvoorbeeld een beschikbare storingscode, aanvullende signalen of invoer door een operator nodig. Controleer hoe zo'n oorzaak aan de juiste stop wordt gekoppeld. Een lege oorzaakcode betekent dat de verklaring ontbreekt; vul die niet automatisch in op basis van alleen stoptijd.
Stilstand kan bijdragen aan de beschikbaarheidsfactor als geplande productietijd en draaitijd duidelijk zijn gedefinieerd. Voor volledige OEE zijn daarnaast gegevens voor prestatie en kwaliteit nodig. Een overzicht van stops levert die andere factoren niet vanzelf.
Kies een machine waar terugkerende stops een concrete vraag oproepen. Bespreek de beschikbare statussignalen, normale werking, geplande pauzes en gewenste meetperiode. Vergelijk de eerste registratie met waarnemingen op de werkvloer. Zo controleer je of de meting de stops toont die je wilt onderzoeken.